Een groot aantal organisaties die “Agile” vormen van werken hebben toegepast komen terug op hun schreden en druipen teleurgesteld af. Allerhande coaches die teams moesten helpen de techniek onder de knie te krijgen staan weer op straat. Wat is er gebeurt en waarom gaan we voorbij aan het echte probleem?

Innovatie begint op het moment dat je denkt vast te lopen. Het moment dat je denkt dat het niet meer goed komt, dat het allemaal hopeloos is en je beter kunt opgeven. Op dat moment wordt creativiteit geboren. En dat moment is ontzettend kwetsbaar. Want je laat op zo’n moment zien dat je de uitkomst niet in de hand hebt. Dat je twijfelt, dat je echt even niet weet. Dat is moeilijk. Helemaal als je dat gevoel moet delen met anderen.

De organisatiestructuren zoals we ze kenden waren erop gericht ons een comfortabel gevoel te geven. Duidelijke afspraken over tijd en resultaat waren de basis van de relatie. Er waren weinig momenten van kwetsbaarheid nodig om voortgang te boeken. Maar deze manier van werken heeft zijn grenzen bereikt en brengt niet de innovatie kracht voort die nodig is om de toekomst veilig te stellen.

Om de toekomst te creëren is moed nodig. Vernieuwers accepteren dat ze onderweg vallen en geraakt zullen worden. Kwetsbaarheid is essentieel voor verbinding en creativiteit.

In Agile vinden we dit principe terug. De kort cyclische en vooral mensgerichte vorm van werken maakt dat mensen (en niet processen) de bottleneck zijn. Het eerste en belangrijkste principe van Agile werken is: “individuals and interactions over processes and tools”. Dat betekend dat de mens en de interactie tussen mensen agile maakt. Dit vraagt een nieuw soort leider. Een leider die in staat is de veiligheid te bieden om kwetsbaar te zijn. De veiligheid om tot innovatie te komen.

Agile vraagt om tuinmannen in plaats van commandanten zodat medewerkers kwetsbaar kunnen zijn.